Het parlementaire jaar in 7.992.417 woorden

Wat begon als een dom ideetje, is uitgegroeid tot een veel groter project dan ik ooit had kunnen verwachten. Geïnspireerd door het account ‘New New York Times‘, wilde ik een Twitterbot beginnen die nieuwe woorden uit de Tweede Kamer zou tweeten. Ik had geen idee hoe verschrikkelijk veel ik daarvoor nodig zou hebben. Drie maanden later ben ik dan ook een paar duizend regels aan code en veertien gigabyte aan plenaire verslagen verder.

Nu zit ik dus met heel veel data opgescheept: alle woorden die gezegd zijn in de Tweede Kamer sinds 1995. Dat zijn er meer dan 163 miljoen, gemiddeld vijfenzestigduizend per dag. Als je geen enkele pauze zou nemen, niet zou eten, en niet zou slapen, zou je maar liefst drie jaar lang continu moeten speechen om dat alles te kunnen zeggen. Tegen die tijd zouden er dan alweer naar schatting twintig miljoen woorden meer zijn gesproken.

Al die data geeft mij een unieke kans om terug te kijken naar het afgelopen politieke jaar, dat vanaf vandaag achter ons ligt. Want hoeveel de laatste Prinsjesdag van het kabinet-Rutte III dan ook verschilt van voorgaande jaren – geen Gouden Koets, geen Ridderzaal, geen ‘Leve de Koning’ en heel veel minder hoedjes – door de anderhalvemeterregels, één ding blijft hetzelfde: vandaag is het officiële begin van het parlementaire jaar 2020/2021.

We kijken daarom terug naar de 7.992.417 woorden die gezegd zijn in de plenaire zaal van onze Tweede Kamer dit jaar. Naar ministers die meer zeiden dan ooit tevoren, en Kamerleden die geen enkel woord gezegd hebben. Naar de backbenchers die bij elk debat aanwezig waren, en debatten tot in de late uren van de nacht. Dus, pak een kopje koffie of een bakje popcorn, en maak je klaar voor een terugblik van zo’n 10 à 15 minuten leeswerk.

Een portret van ‘chef corona’ Hugo de Jonge (CDA).

Chef corona

Als er één ding is wat het politieke jaar haar vorm gegeven heeft, is dat wel het virus dat ons al sinds eind februari in de greep houdt. Weinig mensen hadden verwacht dat wat begon als een nieuwsberichtje uit een middelgrote stad in China ons dagelijkse leven zó erg kon veranderen. Ook de Tweede Kamer schrapte veel andere grote thema’s van haar agenda om te debatteren over de impact van deze pandemie. Vanaf 5 maart hield de Tweede Kamer meer dan twintig debatten over de coronacrisis, en viel het woord ‘corona’ maar liefst 3.465 keer in de plenaire zaal.

Het is mede door deze pandemie dat ‘chef corona’ Hugo de Jonge het meest van alle ministers gezegd heeft in de Tweede Kamer, zelfs meer dan minister-president Rutte. Het was voor hem – maar ja, voor wie niet? – een chaotisch jaar. Half maart stond hij plots bijna wekelijks naast onze premier live op televisie, en een paar maanden later wist hij na een hevige strijd met onverwachte tegenstander Pieter Omtzigt het partijleiderschap van het CDA te bemachtigen.

De minister van Volksgezondheid en Sport, die in Den Haag al langer bekend staat voor zijn lange redevoeringen, heeft in het afgelopen jaar bijna 370.000 woorden gesproken in de plenaire zaal. Ter vergelijking: ‘De ontdekking van de hemel’ van Harry Mulisch, een dikke pil van zo’n 900 pagina’s, telt ongeveer 270.000 woorden, en het Nieuwe Testament in de Statenvertaling telt er ook 180.000. Het gaat dus om flinke aantallen.

Bij vrijwel alle getallen die ik ga noemen in dit artikel moet eigenlijk een vrij grote disclaimer. In de wereld van parlementaire verslagen, is namelijk niets exact. Omdat dit een vrij technisch verhaal is, maar wel relevant voor de compleetheid, heb ik het hier als zijsprongetje ingezet. Wil je de details en vraagtekens bij de cijfers weten? Lees dan vooral door.

Te beginnen met een logische limitatie: handelingen zijn niet een precieze transcriptie van de gezegde woorden. Ookal lijkt het zwart-op-wit zo’n mooi aaneenlopend verhaal, in de Kamer zelf zitten er in vrijwel alle speeches nogal wat versprekingen en ongemakkelijke zinnen tussen. Deze verschijnen niet in de handelingen om het geheel leesbaar te houden. Woordtellingen zijn dus gebaseerd op de ‘opgeschoonde’ versie van het verhaal, niet op wat daadwerkelijk gezegd wordt.

Een volgend punt: de plenaire verslagen komen van tweedekamer.nl, waar geen officiële rechten aan ontleend kunnen worden. Ook al zijn deze transcripties vaak vrijwel foutloos, zijn dit geen officiële transcripties van de gezegde woorden. Deze zijn namelijk te vinden op officielebekendmakingen.nl. Die website loopt echter altijd minimaal een maand achter, en omdat ik dit artikel op Prinsjesdag af wilde hebben, kon ik deze niet gebruiken. De verwachte verschillen zijn minimaal.

Dan: we hebben expres de voorzitter, Khadija Arib, en de vicevoorzitters buiten beschouwing gelaten. In de handelingen wordt voor de voorzitter namelijk veel meer opgenomen dan er daadwerkelijk wordt gezegd. Zo worden gewijzigde moties bijvoorbeeld door haar ‘voorgelezen’ in de handelingen, terwijl dit niet in het echt gebeurd. Daarom is het vrijwel onmogelijk om te tellen hoeveel Arib daadwerkelijk gezegd heeft als voorzitter, en is ze buiten beschouwing gelaten.

Als laatste: er kunnen altijd fouten in mijn code zitten. Ik heb het natuurlijk meermaals gecontroleerd, maar dat soort dingen kunnen altijd gebeuren. Er zitten veel ingewikkelde constructies in de handelingen, bijvoorbeeld als het gaat om wie een motie nou eigenlijk voorleest, en het is moeilijk om voor elke handeling te controleren of het goed gaat.

Er kan in ieder geval met zekerheid gezegd worden dat als er te veel of te weinig geteld wordt, dit niet sommigen meer of minder raakt, en de onderlinge verhoudingen dus sowieso kloppen. Ik presenteer de cijfers dus met enige zekerheid, maar met enige kanttekeningen.

En hiermee was hij niet alleen de meest praatgrage minister, hij zei ook meer dan elk ander Kamerlid - zelfs meer dan de top drie bij elkaar opgeteld - met spreektijden waarvan elk Kamerlid jaloers zou worden. Ook minister De Jonge zelf zei nog nooit zo veel: dit jaar zei hij bijna twee keer zo veel als het jaar ervoor, toen hij 'slechts' 190.000 woorden gebruikte. Een recordbrekend jaar dus.

Vanzelfsprekend is dat verschil grotendeels te verklaren met de nu inmiddels al zeven maanden durende corona-uitbraak, waarover zo'n zestig procent van zijn inbreng dit jaar ging. Toch gingen de debatten waar hij het meest zei niet over corona: in de debatten over het budget voor zijn ministerie in het najaar van 2019 en over de inmiddels aangenomen 'Wet toetreding zorgaanbieders' sprak hij elk ongeveer 30.000 woorden.

Meestzeggende ministers

  1. Hugo de Jonge (369.035 woorden)
  2. Mark Rutte (323.424)
  3. Raymond Knops (134.897)
  4. Bruno Bruins (133.343)
  5. Carola Schouten (124.022)
  1. Wopke Hoekstra (113.224)
  2. Eric Wiebes (108.354)
  3. Ferdinand Grapperhaus (106.467)
  4. Wouter Koolmees (90.529)
  5. Stientje van Veldhoven (78.506)

Grote sprongen

Hij wordt op de tweede plek gevolgd door minister-president Mark Rutte, die voor het tiende jaar op rij vrijwel elke week voor de Kamer verscheen om het kabinetsbeleid te verantwoorden. Met zo'n 310.000 woorden heeft hij veel minder gezegd dan zijn vicepremier en corona side-kick Hugo de Jonge. Het meeste, zo'n 45.000 woorden, zei hij op de allereerste dag van zijn politieke jaar tijdens de Algemene Beschouwingen. Geen Kamerlid of minister zou in dit jaar zo veel op één dag zeggen, en dat zal hij morgen ongetwijfeld opnieuw moeten doen om de torenhoge uitgaven van het kabinet te verantwoorden.

Waar dat niet lukte voor CDA'er De Jonge, wist de VVD'er met zijn harde maar warme woorden vooral in de eerste maanden van de coronacrisis ook winst in de peilingen te boeken. De minister-president had opeens veel minder te maken met eerdere controversiële maatregelen van het kabinet, en wist een groot deel van het land achter zich te krijgen na zijn televisietoespraak, de tweede ooit in de vaderlandse geschiedenis.

Op nog grotere afstand weet staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Raymond Knops, de derde plek te bemachtigen. Hiermee is hij de hoogstscorende staatssecretaris, maar dat doet hij wel door vals te spelen: hij was van november tot april de minister op dezelfde post, als vervanger van minister Kasja Ollongren die om gezondheidsredenen tijdelijk aftrad. Onder andere door het woord te voeren bij de begrotingsdebatten heeft hij ruim 130.000 woorden gebruikt.

Ook oud-minister Bruno Bruins, met wie wij allemaal het begin van de epidemie in Nederland live op televisie meemaakten voordat hij een maand later bedwelmd zou raken door de loodzware portefeuille, en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten, wiens jaar bijna volledig in het teken stond van de stikstofmaatregelen van het kabinet en de daaropvolgende boerenprotesten, staan hoog op de lijst met respectievelijk ruim 130.000 en 120.000 woorden.

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) achter de interruptiemicrofoon in de Tweede Kamer.

De race op rechts

Het was nog opeens heel spannend de afgelopen dagen. Ook terwijl de Kamer nog druk aan het babbelen was, was ik al druk bezig met dit stuk, en elke dag kwam er weer een ander Kamerlid op nummer één. In het begin van de week stond Thierry Baudet nog bovenaan, voordat Geert Wilders dinsdag opeens een enorme inhaalslag maakte. Woensdag wist de FvD'er hem toch net weer in te halen, en na donderdagavond - de laatste debatdag - wist de partijleider van de PVV toch de gouden medaille binnen te halen.

En dat is nogal een verandering ten opzichte van het jaar ervoor. Waar de fractievoorzitter en het enige lid van de PVV in het voorgaande jaar nauwelijks 40.000 woorden zei, gebruikte hij er dit jaar opeens meer dan vier keer zoveel. Geert Wilders gebruikte dit jaar ruim 120.000 woorden, meer dan elk ander Kamerlid, maar nauwelijks meer dan zijn directe concurrent en nieuwkomer in de Tweede Kamer, Thierry Baudet.

De man die Forum voor Democratie in 2019 tot de grootste partij wist te maken zei slechts 517 woorden minder - op zo'n schaal een bijna irrelevant verschil. Maar ook hij had nog flink meer te zeggen dan het jaar ervoor, toen hij er als fractievoorzitter niet meer dan 75.000 gebruikte. Dat is niet zo maar een verschilletje. Wat in ieder geval duidelijk is: de rechtse oppositie was dit jaar erg uitgesproken. Het was dan ook een jaar van ongekende politieke veranderingen, met genoeg om boos over te zijn.

Waar de linkse oppositie in het begin van de pandemie veel sympathie kon opwekken voor het kabinet en haar coronamaatregelen, bleven Wilders en Baudet zeer luid in de Tweede Kamer. Of het nou ging om de uitslag van de controversiële Urgenda-uitspraak en haar gevolgen, de strenge stikstofmaatregelen gevolgd door massale boerenprotesten door heel het land, de ingrijpende corona-maatregelen en hoe daarop te reageren - van totale lockdown tot 'weg met de anderhalve meter' - of de volgens hen precedentscheppende miljardensteun voor Zuid-Europa.

Het corona-jaar betekende voor hen ook een chaotisch jaar in de peilingen. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen werd Thierry Baudet met zijn partij de grootste, maar sinsdien lijkt hij op dalen te staan in de peilingen. Vooral in de eerste maanden van de pandemie, toen Rutte veel steun kreeg, leken velen van gedachten te veranderen. Ook lijst-Wilders schommelde flink tijdens de eerste coronamaanden, maar lijkt nu weer terug te zijn op het oude niveau. Hoe dan ook: het lijkt erop dat Thierry Baudet en Theo Hiddema vanaf maart veel meer collega's zullen hebben.

Praatgraagste parlementariërs

  1. Geert Wilders (120.852 woorden)
  2. Thierry Baudet (120.335)
  3. Esther Ouwehand (112.741)
  4. Jesse Klaver (92.322)
  5. Lodewijk Asscher (89.771)
  1. Maarten Hijink (88.150)
  2. Rob Jetten (84.887)
  3. Steven van Weyenberg (74.267)
  4. Farid Azarkan (73.767)
  5. Kees van der Staaij (72.985)

Linkse successen

Gloednieuwe fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand, wist een sterke binnenkomst te maken in het top-10 lijstje door afgelopen jaar meer dan 110.000 woorden uit te spreken in de Tweede Kamer. Hoewel Marianne Thieme nog fanatiek begon door het woord voor haar fractie te voeren bij de Algemene Politieke Beschouwingen, verdween zij al snel uit de plenaire zaal en zei ze slechts 8.210 woorden. Officiëel bleef ze tot eind oktober aan, maar al snel na de aftrap van het politieke jaar nam Ouwehand haar taken bij de belangrijke debatten over.

Ouwehand is al sinds het begin van de partij bij de PvdD betrokken, en was ook bij de vorige verkiezingen tweede op de lijst. Eerder, toen Thieme de Kamer wegens gezondheidsredenen verliet, nam zij ook tijdelijk het fractievoorzittersschap over. Waar het voor Wilders en Baudet nauwelijks lukte om hun standpunten realiteit te maken, heeft Ouwehand juist veel successen weten te boeken.

Ze was een uitgesproken voorstander van de stikstofmaatregelen ter behoud van de biodiversiteit, en voortdurend gefocust op de coronauitbraken in nertsenhouderijen, die nu mede door haar fractie vervroegd moeten sluiten begin volgend jaar. Ook wist haar partij - helaas - hun gelijk te bewijzen over eerdere voorspellingen omtrent het gevaar van zoönoses: infectieziektes die van dieren op mens overspringen en zo een pandemie kunnen veroorzaken.

Naast een rechts duo op de eerste twee plekken staat er ook een links duo op plek vier en vijf als het aankomt op de woordtellingen. Zowel Jesse Klaver als Lodewijk Asscher zeiden de afgelopen twaalf maanden ongeveer 90.000 woorden in de Tweede Kamer. Alle twee zeiden ze vooral veel in de speciaal ingelaste debatten in het reces over de tweede golf van de coronacrisis, waarin zij hun zorgen uitten over onder andere de capaciteit van de GGD's. Het meest zeiden ze allebei tijdens de Algemene Beschouwingen, net zoals elke andere fractievoorzitter op deze lijst.

Een opvallende zesde plek is bemachtigd door Maarten Hijink, kamerlid van de SP, die dit jaar bijna 90.000 woorden gebruikte. Hiermee is hij de hoogstscorende niet-fractievoorzitter, en dat terwijl hij in 2017 helemaal op nummer dertien op de lijst van de SP stond. Dat lukt hem vooral omdat hij de portefeuille Zorg binnen zijn fractie heeft. Dat klassieke SP-onderwerp was dit jaar natuurlijk relevanter dan ooit, en hij mocht dus ook vaak achter het spreekgestoelte en de interruptiemicrofoon staan.

Zwijgzaamste leden

Hoogterecords hebben ook altijd tegenpolen, en zo waren er dit jaar ook twee Kamerleden die niets hebben gezegd in de plenaire zaal. Sietse Fritsma (PVV) verliet eind oktober de politiek om een eigen onderneming te beginnen zonder een woord gezegd te hebben sinds het zomerreces. Ook zijn afscheidsspeech werd voorgelezen door de voorzitter, voordat hij in de Kamer benoemd werd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, zonder zelf een woord gezegd te hebben.

Hij werd vanaf november vervangen door Gabriëlle Popken, die al veel langer politiek actief was, onder andere als Senator en fractiemedewerker. Ongelukkigerwijs kampte zij al snel met gezondheidsproblemen, en voerde zo ook nooit het woord voordat ze de Kamer verliet. Sinds september wordt haar zetel wederom gevuld door de heer Fritsma, maar hij heeft sinsdien nog niet het woord gevoerd. Zo was die ene PVV-zetel dus eigenlijk het hele jaar stil.

Albert van den Bosch was dit jaar het zwijgzaamste Kamerlid, als we alleen kijken naar leden die het hele jaar in de Kamer zaten. De voormalige burgemeester van Zaltbommel is sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 al lid van de Kamer voor de VVD-fractie, en kwam dit jaar maar één keer aan het woord in de plenaire zaal, tijdens de Regeling van Werkzaamheden over de vraag of de VVD een voorstel steunde om een debat te houden over de pensioenen voor veteranen.

Voorzitter, de veteranen hebben snel recht op een antwoord. Wij steunen de brief. Wat mij betreft is die brief er voor het debat over de Defensiebegroting, want dat debat is in de week van 4 november. Dan kan dat met de Defensiebegroting worden meegenomen. Blijkt dan toch nog dat we een apart debat moeten houden, dan kunnen we dat dan bekijken. Dus nu geen steun.

Die 65 woorden verdeeld over vijf zinnen was alles wat de VVD'er te zeggen had tijdens dit jaar in de plenaire zaal. Als woordvoerder van onder andere het veteranenbeleid van de grootste partij in de Tweede Kamer was hij wel iets vaker aan het woord in de comissiezalen, maar ook op dat gebied voerde hij slechts het woord bij vijf comissievergaderingen.

Voorzitter Khadija Arib (PvdA) aan het woord in de plenaire zaal.

Honderd dagen

Dit jaar kwam de Tweede Kamer precies honderd keer plenair bijeen, en debatteerde het voor wel 1.068 uur, oftewel vierenveertig etmalen, gedurende deze honderd debatdagen. Niet alleen tijdens hun driedaagse werkweek, maar ook vaak in het reces. Dat leidde soms tot knellende situaties. Zo ook bij de 'wegrenstemmingen' van 12 augustus. De voltallige oppositie steunde een voorstel om het zorgsalaris structureel te verhogen, en had hiervoor zo veel mogelijk Kamerleden opgeroepen om hoofdelijk - elk kamerlid individueel in plaats van per fractie - te kunnen stemmen.

Daar had de coalitie geen rekening mee gehouden, en al vrij snel hadden ze door dat als er gestemd zou worden, zij deze belangrijke stemming zouden verliezen. Daarom maakte ze de zeer controversiële keuze om de stemming te boycotten, om zo te zorgen dat het quotum - het minimale aantal aanwezige Kamerleden - niet gehaald werd. Zo staakten de stemmingen voor de zesde keer, en moest er opnieuw gestemd worden na het reces. De oppositie noemde het laf en ondemocratisch, de coalitie nodig en juist democratisch. Het was in ieder geval kenmerkend voor dit politieke jaar: turbulent en ongekend.

Twee van deze coalitieleden wisten wel hun eigen record te bemachtigen. Chris van Dam (CDA) en Joost Sneller (D66) waren elke dag waarop de Tweede Kamer debatteerde aanwezig. Beide backbenchers, respectievelijk nummer twaalf en tweeëntwintig op hun kieslijsten, waren zo de enige twee Kamerleden die geen enkele dag afwezig waren. Dit betekent niet dat ze op elk moment in de plenaire zaal zaten, maar wel dat ze elke dag aanwezig waren in het Tweede Kamergebouw. Ze broken beiden ook geen vergaderrecords, maar waren wel veel aan het woord.

Absenties tellen

Ruim zeventig Kamerleden waren bij 90 of meer debatten aanwezig, en zo'n vijftien Kamerleden misten er maar één of twee. Zo ook bijvoorbeeld kamervoorzitter Khadija Arib, die alleen eind januari één debat miste. Verder waren Henk Krol en Femke Merel van Kooten, die tijdelijk een samenwerking aangingen maar deze al snel weer beëindigde, ook bij slechts één dag afwezig. De fractievoorzitter die het meest aanwezig was, was PVV'er Geert Wilders, die ook maar twee debatdagen miste.

Meerdere Kamerleden waren echter toch wel vaak afwezig. Veel daarvan omdat ze dit jaar maar voor een beperkt deel van het jaar een Kamerlid waren. Dit jaar werden er zeven nieuwe Kamerleden geïnstalleerd in de Tweede Kamer, sommige tijdelijk en anderen tot en met de volgende verkiezingen. Het Kamerlid die het minst aanwezig was terwijl ze wel het hele jaar in de Kamer zat, was Lilian Helder, lid voor de PVV sinds 2010, die bij slechts 57 debatdagen aanwezig was. Ze voerde dan ook niet vaak het woord, en zei nauwelijks 7.500 woorden.

Toch geven deze 'absenties' een vertekend beeld, aangezien het werk in de Tweede Kamer veel meer is dan alleen de plenaire zaal. Zo wordt er bijna dagelijks gedebatteerd in de commissiezalen en stellen Kamerleden honderden kamervragen die door een minister of staatssecretaris beantwoord moeten worden. Ook vullen Kamerleden hun agenda met fractievergaderingen, werkbezoeken en ander werk.

Een kwartier voor zonsopgang in de Tweede Kamer tijdens het langste debat van dit jaar.

Een hele lange nacht

Het is tien over vijf, een kwartier voordat de zon opging, als Khadija Arib de vergadering van 2 juli 2020 sluit. Er zitten op dat moment nog vijftig Kamerleden in de zaal, die ingedeeld op alfabetische volgorde toch echt de pineut waren. Hoofdelijke stemmingen moeten tijdens de coronatijd in drie groepen gebeuren om de anderhalve meter te kunnen waarborgen. De rest was allang naar huis. De laatste dag voor het zomerreces houdt de voorzitter normaliter een speech over de afgelopen maanden, maar daar had niemand zin meer in.

Ze vatte haar belangrijkste punten snel samen. Ze wijst er nog op dat de heer Ojik (GL) extra veel pech had - omdat de heer Bolkestein (VVD) die dag geïnstalleerd was, werd hij één stemgroep opgeschoven en moest hij opeens een half uur langer in zijn zetel blijven. Die dag hadden ze al 29 plenaire debatten achter de rug. Heel veel debatten die door de coronabeperkingen uitgesteld waren, werden nu in rap tempo afgehandeld. Er was ook veel te stemmen: de kamer stemde over wel 378 moties, waarvan 13 hoofdelijk.

Het ging over van alles en nog wat: van mijnbouw tot ons kernwapenbeleid, en van opgelopen onderwijsachterstanden tot verkeershandhaving. Ze begonnen die dag om kwart over tien, en pas achttien uur en vijfenvijftig minuten later waren ze klaar. En helaas: ze braken er niet eens een record mee. Het debat waarin het tweede kabinet Balkenende viel in 2006 liep door tot half zes 's ochtends, en was daarmee de langste debatdag in de moderne geschiedenis.

Die lange 'nacht van Ayaan' in 2006 was slechts een kwartier langer dan het debat van 2 juli 2020, en bleef dus onverslagen. Wél was 2 juli de langste en 'volste' debatdag van dit parlementaire jaar. Een paar seconden nadat de voorzitter de vergadering sluit, is de Kamer al leeg. De Kamerleden konden even genieten van hun vakantie, al werd die de week erna meteen al onderbroken door een debat over de Europese top.

Voortuitkijkend

Het is onmogelijk om alle 7.992.417 woorden in één artikel te bespreken, maar ik hoop toch dat ik zo toch een mooi overzicht heb weten te maken over de cijfers achter het afgelopen parlementaire jaar. Natuurlijk gaat de politiek over veel meer dan alleen het aantal woorden en de aanwezigheid, het gaat vaak over beslissingen die ook jou persoonlijk kunnen raken, maar het kan ook zeker geen kwaad om af en toe een kijkje te nemen in het werk van onze volksvertegenwoordiging. Morgen beginnen de Algemene Beschouwingen, door velen hét hoogtepunt van de politiek genoemd, die ook zeker weer tot in de late uren van de nacht door zullen lopen.

Kamerleden en ministers komen veel aan het woord en mogen hun bredere visie op de samenleving delen zonder zich aan één specifiek onderwerp te binden. In deze onzekere tijden zullen we zeker uiteenlopende verhalen horen met aan de ene kant de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en aan de andere kant een optimistisch verhaal over hoe wij er weer uit zullen komen. Maar misschien nog veel belangrijker: er zullen ongetwijfeld weer prachtige nieuwe woorden worden gezegd die je ook ongetwijfeld langs zal zien komen op je Twitter-tijdlijn.

Heb jij ideeën over wat er nog meer gedaan kan worden met de data die wij verzamelen, heb je fouten ontdekt of wil je gewoon een lief bericht achterlaten? Dat kan door hieronder een reactie te plaatsen, een e-mail naar info [at] nieuwindekamer.nl te sturen, óf door een DM te sturen naar @nieuwindekamer op Twitter. Als je je steun in euro's wil betuigen kan dat ook zeker, dat is makkelijk te doen via Tikkie.

2 reacties

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *